Impact op sportprestaties door trainingsmonitoring
26 March
Trainingsmonitoring speelt een steeds grotere rol binnen de topsport. Door systematisch gegevens te verzamelen over belasting, herstel en ervaren inspanning krijgen coaches en sporters beter inzicht in trainingsprocessen. In theorie biedt deze data waardevolle handvatten om prestaties te verbeteren en overbelasting te voorkomen. In de praktijk blijkt het echter niet altijd eenvoudig om die inzichten ook daadwerkelijk te benutten.
Dat werd duidelijk tijdens een belangrijke testfase na acht weken intensieve trainingsmonitoring. Wetenschappers en topsporters kwamen samen voor een tweede, beslissende testdag. De voorbereiding was zorgvuldig: een nieuw monitoringssysteem, een strak testprotocol en intensieve begeleiding van de sporters.
Toch bleven de resultaten achter bij de verwachtingen. Al snel werd duidelijk waarom. De sporters hadden de dag voorafgaand aan de test geen 24 uur rust gehad, maar een intensieve trainingsdag afgewerkt. Daardoor bleek de verzamelde data niet betrouwbaar. Met het wedstrijdseizoen in aantocht was er bovendien geen ruimte meer om de metingen te herhalen.
Dit soort tegenvallers staat niet op zichzelf. Trainingsmonitoring kent in de praktijk meer uitdagingen. Zo ligt het invulpercentage in vrijwel alle sporten structureel te laag. Of er feedback wordt gegeven op wat sporters invullen, verschilt sterk per coach. De ene coach laat ze het missende percentage opdrukken voor een training, de ander stuurt reminders via de app, terwijl sommigen er hooguit één keer per maand naar kijken.
Toch is er beweging. Zes jaar praktijkgericht onderzoek, uitgevoerd binnen een stabiel consortium, zorgt ervoor dat trainingsmonitoring in het schaatsen steeds meer impact krijgt. En inmiddels maakt het ook impact op andere sportdisciplines. Met het project ‘Coach in Control’ werd samen met coaches gewerkt aan een nieuw platform, volledig gebaseerd op hun behoeften.
Het Coach in Control platform is het resultaat. Het geeft inzicht in invulpercentages, automatische herinneringen en zelfs beloningen voor sporters. Trainers bespaarden tijd doordat zij hun trainings’rogramma’s via het platform konden delen. Overzichtelijke dashboards boden zowel groeps- als individuele inzichten. De grootste innovatie bleek te zitten in een variabele die eenvoudig te gebruiken is: De ervaren mate van inspanning, internationaal bekend als de Rate of Perceived Exertion (RPE).
Die RPE wordt uitgedrukt in een score van 1 tot 10 of van 6 tot 20, waarbij een lage score staat voor een zeer lichte training en de hoogste score voor maximale uitputting.
Simpel, zou je denken. Maar het onderzoek liet zien dat hier grote valkuilen schuilen. De schaal van 1 tot 10 is namelijk niet lineair, maar kwadratisch. En daarbij worden de cijfers zeer verschillend geinterpreteerd door sporters als daar geen duidelijke labels aan worden toegevoegd. Wat ook vaak voorkomt is een mismatch tussen wat voor RPE de coach verwacht en welke RPE een sporter daadwerkelijk ervaart.
De impact van deze inzichten tijdens het eerste deel van het onderzoek is erg waardevol geweest. Hierdoor zijn labels teruggekeerd in de RPE-schalen, zijn coaches en sporters het gesprek aangegaan over de interpretatie ervan en wordt in dashboards nu zichtbaar waar verwachtingen en ervaringen uiteenlopen.
Sinds begin 2025 is een volgende stap gezet. Met het programma ‘Sportmonitor op maat’ ligt de focus niet alleen op de ‘coach in control’, maar ook op de sporter. Door behoeften van sporters centraal te stellen is scholing ontwikkeld en zijn vragenlijsten verkort. Het doel is hiermee om het invulpercentage te verhogen en de mismatch tussen de coach en sporter te verminderen.
Ook buiten het schaatsen vindt deze aanpak navolging. Vanuit Innovatielab Thialf is, in samenwerking met Topsport Noord en de KNGU, een pilot opgezet in de turnsport. Onder leiding van onderzoeker Simone Beekhuizen is het Coach in Control-platform uitgebreid met een specifiek dashboard voor turnen, waarin onder andere verschillende trainingsvormen zijn opgenomen.
Voor de turnsport luidt het advies: implementeer trainingsmonitoring rustig en zorgvuldig. Start met een korte scholing voor coach en atleet, gevolgd door een baselineperiode van zes weken, begeleid door een embedded scientist. Vanuit die basis kunnen gerichte verbeteringen worden doorgevoerd. Deze vorm van begeleiding wordt binnen het consortium aangeboden als “embedded scientist on demand”, onder de vlag van Innovatielab Thialf.
Zes jaar intensieve samenwerking hebben zo het gat tussen sport en wetenschap verkleind, waardoor we beter impact kunnen maken op de prestaties van de sporter door middel van trainingsmonitoring. De belangrijkste les? Less is more. Wees helder over het doel van trainingsmonitoring en stem de methode daarop af. Beperk de belasting voor sporters, maar zorg dat wat je meet, goed gebeurt. Alleen wanneer coach en sporter dezelfde taal spreken, kan trainingsmonitoring écht bijdragen aan betere prestaties.
Voor wie meer wil weten: houd de website van Innovatielab Thialf in de gaten. Binnenkort verschijnen hier online scholingen, informatie over de inzet van een embedded scientist on demand en de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek.
Meer informatie >Vorige pagina